100.000 langdurigzieken weer aanhet werk?Maak dan eerst de weg vrij.
Door
David Vansteenbrugge
Dit opiniestuk van David Vansteenbrugge, algemeen directeur van Kom op tegen Kanker, is op woensdag 7 oktober ook gepubliceerd op de website van Knack.
Marie kreeg enige tijd geleden een diagnose die ze niet had zien aankomen. Het gevolg: ze werd langdurig arbeidsongeschikt. Naast de behandeling waren er ook de gevolgen van de ziekte. Vermoeidheid die maanden aanhield. Een hoofd dat niet meer meewerkte zoals vroeger. De wil om terug te keren, maar een lijf dat “nee” riep.
Als werknemer in de privésector kwam ze terecht in een ziektesysteem met bijzonder veel deuren. Eerst moest ze aangifte doen bij het ziekenfonds. Daarna werd ze gecontacteerd door de preventiedienst van haar werkgever. Met de post kwam een vragenlijst om haar “arbeidspotentieel” te bevragen. Niet veel later volgde er nog één, van het ziekenfonds, met klaarblijkelijk hetzelfde doel.
Toen haar ziekte langer duurde, kwamen ook de adviserend arts en de terug-naar-werkcoördinator van het ziekenfonds in beeld. Marie maakte duidelijk dat ze deeltijds opnieuw wilde werken. Ze wilde de band met haar werk niet verliezen, maar was bang om te veel hooi op haar vork te nemen. Ook haar werkgever moest nog overtuigd worden van de voorwaarden. Dus volgden opzoekwerk, advies, overleg en twijfel. Uiteindelijk ging ze ervoor: deels een uitkering, deels loon, met de nodige goedkeuringen.
Een maand later volgde de collectieve sluitingsweek van het bedrijf. Die dagen werden voor Marie geregistreerd als vakantie. Gevolg: een brief van het ziekenfonds dat zij “spontaan het werk had hervat”. Haar uitkering werd stopgezet. Een administratieve registratie betekende plots het einde van haar arbeidsongeschiktheid. Terwijl ze wel degelijk nog ziek was.
Het verhaal van Marie is helaas niet uniek. Mensen moeten naast de strijd tegen hun ziekte ook een strijd tegen de administratie voeren.
Want wie houdt nog het overzicht? Er zijn de behandelend arts, de adviserend arts, de arbeidsarts, de terug-naar-werkcoördinator en eventueel een trajectbegeleider van VDAB. Er zijn federale en regionale instrumenten zoals individueel maatwerk, de werkhervattingspremie en het Terug Naar Werk-fonds. Wie ondersteuning zoekt, moet telkens opnieuw uitzoeken waar aan te kloppen, welke procedure te volgen en onder welke voorwaarden.
Wil je na een langdurige ziekte weer (deeltijds) aan het werk, dan heb je vooral iemand nodig die helpt te begrijpen wat je nog wél kan, welke stappen je daarvoor moet ondernemen en hoe dat zich kan vertalen op de werkvloer.
Op dat moment heb je dus niet iemand nodig die vaststelt wat je niet meer kan en die je bevraagt of je wel voldoet aan de voorwaarden voor een uitkering. Laat staan een automatisch gegenereerde brief die je laat weten dat je ziekte-uitkering wordt stopgezet. Je hebt vooral iemand nodig die helpt te begrijpen wat je nog wél kan, welke stappen je daarvoor moet ondernemen en hoe dat zich kan vertalen op de werkvloer.
Wie het politieke debat over langdurig zieken volgt, ziet het woord “responsabilisering” vaak terugkomen. Wie kan nog werken? Wie moet opnieuw onderzocht worden? Wie werkt onvoldoende mee? Wie krijgt welke sanctie opgelegd?
De federale regering heeft zich in haar regeerakkoord dan ook een stevige ambitie opgelegd: 100.000 langdurig zieken opnieuw aan het werk krijgen tegen 2030. Daar staat een aanzienlijke budgettaire opbrengst tegenover. Maar het lijkt alsof onze beleidsmakers zich blindstaren op de cijfers en niet zien dat de complexiteit van ons terug-naar-werkbeleid zélf het obstakel vormt.
Het zou voor een werknemer nochtans veel eenvoudiger kunnen. Beste beleidsmakers, de winst ligt voor het grijpen. Zorg voor één herkenbare toegang tot ondersteuning. Stem vragenlijsten en beoordelingen op elkaar af door de wetgeving te vereenvoudigen. Laat arbeidsartsen, adviserend artsen en begeleiders beter samenwerken. Maak de oorzaak van de ziekte ondergeschikt aan de begeleiding die je krijgt om opnieuw een professionele toekomst uit te bouwen.
En zorg ervoor dat ook werkgevers weten waar ze terechtkunnen. Want een werkgever die iemand opnieuw kansen wil geven, moet weten wat mogelijk is: van gedeeltelijke werkhervatting tot redelijke aanpassingen op de werkvloer.
Wie gezonde overheidsfinanciën wil, heeft dus ook gezond beleid nodig. Als onze overheid rekent op een budgettaire opbrengst door meer mensen aan het werk te krijgen, moet ze eerst investeren in een overzichtelijk pakket van oplossingen voor werknemers én werkgevers. Dat begint bij minder administratie en meer interventies van mens tot mens.
Beste beleidsmakers, daar ligt de échte winst.
Lees ook het interview met Wim Geluykens, onderzoeker-jurist bij Kom op tegen Kanker:
Een vraag voor onze organisatie of een vraag over kanker? We zijn er voor je.