Willy Schepers

Afscheidsinterviewmet bestuurslidWilly Schepers

Delen

Afgelopen weekend namen we afscheid van Willy Schepers, waardevol lid van ons bestuursorgaan en een fantastische man. Onze voorzitter Marc Michils had zaterdag 23 mei nog een gesprek met hem, dat hij neerpende en dat ook in de volgende editie van ons magazine ‘Leven’ zal verschijnen. Je kan het hier lezen.

Dank, Willy, dank voor alles.

Ik ontmoet Willy Schepers voor een laatste babbel op zaterdag 23 mei bij hem thuis in Lummen. Het was een schitterend zonnige dag, we konden buiten onder de luifel zitten met zicht op de mooie tuin. ‘De tuin, dat is Martine die dat allemaal doet, daar heb ik geen verdienste aan. We zijn samen veel gaan wandelen, veel gaan fietsen, maar voor de rest was ik altijd bezig, op pad of achter mijn computer’. Tijdens het mooie gesprek loopt Martine, zijn vrouw, af en aan, zorgt voor koffie, water, koekjes. Telkens ze naar de keuken gaat raakt ze Willy zacht en lieflijk aan. Heel mooi om zien. Nu het nog kan, denk ik onwillekeurig. ‘Het is zijn beslissing,’ zegt ze even verder in het gesprek, ‘maar ik steun hem in alles’

Willy wou sociaal assistent worden. Dat kan geen toeval zijn, het sociale zat er toen al in. Maar hij luisterde naar de raad van zijn ouders. ‘Zo ging dat toen’ vertelt hij, ‘ik moest apotheker studeren en tja, ik was er in mijn eerste jaar niet door. De befaamde Prof Versele zei: u mag nog veel komen, Mr Schepers, u haalt het nooit’. De prof kreeg ongelijk, Willy maakte een mooie carrière. Niet aan de universiteit, maar wel bij Febelco, de grootste verdelers van (para) farma producten in België. ‘Ik heb er vele jobs gedaan, tot ik als directeur fusies moest begeleiden. Ik heb toen best veel mensen moeten ontslaan. Tja, je bent zogenaamd directeur maar toch eerder de speelbal van ‘hogere’ belangen. Maar zelfs die mensen hebben nu contact genomen omdat ze mij – ondanks alles - een goede baas vonden. Dat zou ik anders nooit geweten hebben, Marc.’ Willy heeft een gouden handdruk geweigerd, is in dienst gebleven tot hij zelf moest vertrekken. ‘Daar was ik niet gelukkig om. Toen ben ik andere dingen gaan zoeken’

Tijdens zijn job en na zijn pensioen heeft Willy een rijke waaier aan engagementen binnen de gezondheidszorg opgenomen: voorzitter van Wildgroei, lotgenotengroep voor leukemie- en lymfomenpatiënten, bestuurder bij o.a. Kom op tegen Kanker en het SFZ-ziekenhuis Heusden. Willy is een man met een zeer analytische kijk op het leven en de gezondheidzorg. Constructief kritisch, verbaal sterk. Onder andere om de patiënt op vele fronten te vertegenwoordigen, maar ook in de gedichten die hij schreef. Een man met regelmatig een kwinkslag en veel humor. En met een breed netwerk: een verbinder, die samenwerking tussen organisaties stimuleerde. En die nu– even kritisch constructief voor zichzelf – heeft beslist op een waardige manier van het leven afscheid te nemen.  

‘Waar sta je nu met je beslissing, Willy?’ begin ik voorzichtig. ‘De beslissing is genomen Marc, samen met Martine en mijn kinderen. Hoe hard het ook is voor hen, zij zijn akkoord. Mijn euthanasiedossier is rond, ik wil waardig sterven. Ik wil niet aftakelen tot ik geen mens meer ben. Ik ken mensen die nog enkel kunnen kijken, snakken naar adem, totaal immobiel zijn. Ik respecteer die keuze, maar ik wil dat niet.’ Het is een proces van lange datum, legt Willy uit’. Hij kreeg de diagnose van lymfatische leukemie toen hij 40 was. ‘Ik kreeg zware chemo’s. Kanker beheerst mijn leven dus al heel lang. En ik heb verdomd veel pijn gehad. Om de pijn te verzachten nam ik al die jaren elke dag een bad van twee uur, soms twee maal per dag.’ Enkele weken geleden – met Pasen, ik ben ook geboren op Pasen - ben ik hervallen, de kanker was helemaal uitgezaaid. Eerst vonden de dokters niks, maar ik wist beter. Dankzij de tussenkomst van mijn prof hematologie werd mijn pet-scan vervroegd. Ik ben haar erg dankbaar want toe ik koos voor euthanasie ondervond ik gelukkig geen weerstand. ‘Met dit rapport zal je geen probleem hebben om uw euthanasiedossier rond te krijgen’ zei ze. Heel directe taal, maar de dame  had gelijk. Enkele dagen geleden kreeg ik weer hevige pijnen en dan heeft mijn huisarts ingegrepen: hij heeft me een morfinespuit gegeven en nu heb ik permanent morfinepleisters. Kijk hier zo op mijn arm. Dat helpt, maar ik voel het wel, mijn lichaam gaat heel snel achteruit. Ik voel me nu al 90.’

‘Van bij het begin was er de overtuiging: ik wil waardig sterven. Ik heb er ook geen schrik van, ik ben zeker dat ik het zal kunnen. Want ik ben dankbaar, Marc. Ik heb eigenlijk 33 extra jaren gehad. Ik heb mijn 2 kinderen zien groot worden, drie prachtige kleinkinderen mogen meemaken. Mijn hele gezin nu onder druk zetten, dat wil ik niet. Trouwens, waardig streven, dat is rustgevend, Marc. Zelf kunnen kiezen, ik zie het als een bevrijding. Hoeveel keer heb ik bij begrafenissen niet gehoord … blij dat hij of zij eindelijk is mogen vertrekken. Ze zijn opgelucht en dat begrijp ik. Ik heb een schoon leven gehad, een fijn huwelijk. Mijn kinderen doen het goed. Ik heb geen enkele reden om mistevreden te zijn. Ik heb het ook met Martine heel goed doorgesproken voor: als jij dat niet wilt, dan doe ik dat niet. Maar zij is akkoord en de kinderen ook.’  

Ik sta versteld dat Willy - ook in deze omstandigheden – zo open spreekt. ‘Het is eigenlijk heel raar: zo te sterven op die wijze, het geeft verrassende inzichten over het leven. Eigenlijk geniet ik er zelfs een beetje van. Wat mooie woorden een mens allemaal krijgt, ook van mensen waarvan je het niet zou verwachten. Ik had die mooie berichten anders niet gezien. Misschien moeten mensen elkaar spontaan ook wat meer waarderen. Velen reageren heel onwennig op mijn beslissing, maar de meesten aanvaarden het uiteindelijk wel. Ik heb het eerlijk gezegd tegen iedereen, ook aan de provinciale overste van de Zusters Salvatorianessen. Ook dit werd een liefdevol gesprek.

Ik neem mijn aanloop om Willy te bedanken: ‘Zo’n beslissing maakt op mij wel indruk, hoor Willy, het dwingt veel respect af. Ook omdat je zo’n bijzondere man bent, een zeer empathische persoonlijkheid. Mensen voelen zich goed bij u. Je creëert altijd, ook nu, een gezellige complexloze warmmenselijke sfeer. Ik wil je danken voor de fantastische mens die je was. Je hebt je rol als bestuurder heel plichtbewust gedaan, met veel passie voor de belangen van patiënten. Namens iedereen van Kom op tegen Kanker, dank voor alles Willy.’

Het blijft even stil. Willy kijkt ontroerd naar beneden. Maar grijpt ook nog zijn kans, de immer bezorgde Willy ten voeten uit. ‘Over die lotgenoten wil ik nog wel iets zeggen, Marc. Ik vind dat lotgenoten meer financiële steun van Kom op tegen Kanker verdienen. We bereiken zoveel mensen. En we kunnen zoveel dingen goed doen, de werking van de lotgenotengroepen kan nog zoveel professioneler, bv een vaste arts in dienst. Nu bezorgt elk farmabedrijf zijn folder, het zou beter 1 objectieve folder zijn, gemaakt door Kom op tegen Kanker. En er zou meer centralisatie moeten komen van de lotgenotengroepen. Kom op tegen Kanker heeft daar nog een taak, meneer de voorzitter.’ Willy geeft me nog wat werk mee en hij heeft groot gelijk.  

Willy wou sociaal assistent worden, hij is een grote sociale meneer geworden. Gelukkig heeft Professor Versele hem gebuisd voor apotheker, want daardoor is hij met de grote onderscheiding geslaagd voor het leven. Willy vraagt me om te spreken op zijn begrafenis. Ik antwoordde: ‘Het is mij een eer dat je dat vraagt, Willy. Ik zal dat natuurlijk graag doen want je bent een bijzondere mooie mens.’ Bij het afscheid aan de voordeur pakken we elkaar innig vast, zoals geliefden dat doen. Een moeilijk moment na een wonderlijke babbel van twee uur. In zijn armen prevel ik ‘Nogmaals dank Willy, grote dank voor alles.’

Marc Michils

voorzitter Kom op tegen Kanker

Willy op de 1000 km

Willy in 2025 toen hij een startschot gaf op onze 1000 km.