Veel patiënten met kanker moeten een kuur met het sterke chemomedicijn taxane volgen. De Pabtox-studie onderzoekt de impact van spieren, vet en fysieke activiteit op bijwerkingen van die behandeling. Professor Nele Adriaenssens (VUB) vertelt er meer over.
Wat houdt je onderzoek precies in?
‘De dosis chemotherapie wordt berekend op basis van het lichaamsoppervlak van de patiënt: 80 milligram per vierkante meter. Maar die formule houdt geen rekening met de lichaamssamenstelling. In de praktijk zagen we dat patiënten met meer spieren en minder vetweefsel minder last ondervonden van bijwerkingen. Fysieke activiteit heeft een gelijkaardige invloed op hoe het medicijn opgenomen, verdeeld, afgebroken en uitgescheiden wordt. We onderzoeken nu hoe groot die impact precies is. Daarvoor hebben we twintig vrouwen met borstkanker gevolgd tijdens hun chemokuur. We bepaalden hun spier- en vetweefsel met scans, activiteitsmeters registreerden hun bewegingspatroon. We namen ook geregeld bloed af, om te weten hoe snel hun lichaam de taxane verwerkte.’
Hoe maakt je onderzoek het verschil?
‘De eerste conclusies bevestigen onze vermoedens: patiënten die met meer spiermassa aan de chemo beginnen, doen het beter. Patiënten met een minder gunstige spier-vetverhouding hebben meer last van bijwerkingen en moeten daardoor soms hun chemokuur onderbreken. Patiënten die veel bewegen, doorstaan de behandeling ook beter. De volgende stap? Een oefenprogramma op punt zetten dat de patiënten tijdens en eventueel zelfs vóór de chemokuur kunnen volgen. Dat is goed voor hun uithouding in het algemeen. En hoe fitter ze zijn, hoe minder bijwerkingen ze ervaren en hoe groter de kans dat ze de kuur kunnen afwerken. Dat is belangrijk voor hun overlevingskansen, maar ook voor hun psychosociaal welzijn: ze hoeven niet te piekeren of ze wel ‘voldoende’ chemo hebben gekregen om de kanker onder controle te krijgen. In de kankergeneeskunde zijn fysieke oefeningen dus niet alleen nice-to-have, maar een must-have! Hopelijk zorgt ons onderzoek ervoor dat dat besef groeit bij álle disciplines die bij kankerzorg betrokken zijn.’
Waarom is de steun van Kom op tegen Kanker onmisbaar?
‘De steun wordt verdeeld over de VUB, UZ Brussel en UGent. Bij het onderzoek zijn laboranten, farmacologen, kinesisten, oncologen … betrokken. Zo’n interdisciplinaire aanpak heeft een grote meerwaarde, maar via de klassieke subsidiekanalen is er moeilijk geld voor te vinden. Dat is sowieso het geval voor onderzoek dat labontdekkingen wil omzetten in praktische oplossingen. Kom op tegen Kanker steunt ons gelukkig wel. De resultaten zullen snel in de kliniek te zien zijn.’
Een vraag voor onze organisatie of een vraag over kanker? We zijn er voor je.