Karien Dequeker wilde ooit verpleegkundige worden, maar vond als zorgvrijwilliger een andere manier om nabij te zijn. In het Jan Yperman Ziekenhuis luistert ze naar mensen met kanker, praat met hen en deelt soms haar eigen ervaringen met verlies. Zo laat Karien zien hoe waardevol echte aandacht kan zijn.
Karien: 'Mensen graag zien: dat was de rode draad door mijn carrière - als onderwijzeres, en later in de wereld van de beschutte werkplaatsen. Eigenlijk wilde ik verpleegkundige worden, maar door een rugletsel kon dat niet. Toen ik als vrijwilliger aan de slag wilde, bleek Kom op tegen Kanker de ideale organisatie: ik help patiënten en hun naasten, en proef toch een beetje van het medische. Als je met mensen in een kwetsbare situatie praat, moet je je woorden zorgvuldig kiezen. Dat weet ik uit ervaring: zestien jaar geleden verloren mijn man en ik onze dochter door een ongeval. In het ziekenhuis hoor ik sons heftige verhalen, maar tijden de fietstocht naar huis laat ik alles bezinken. En het is niet altijd kommer en kwel. Toen ik eens een praatje wilde maken met een oudere man zei die eerst: 'Ja, madam, met jou ga ik het niet over de koers kunnen hebben.' Maar ik liet me niet kennen. Uiteindelijk vertelde hij dat hij ooit nog aan de doodskist van wielrenner Jempi Monseré had gestaan. Zijn dochter had dat verhaal nog nooit gehoord en viel van haar stoel. Dat was een grappig moment. Soms vragen mensen wich of ik nooit emotioneel word tijdens een gesprek. Ja, dus. Maar daar is niks mis mee. Als je samen een traantje laat, help je ook jezelf.'
© Joost Joossen
Een vraag voor onze organisatie of een vraag over kanker? We zijn er voor je.