Projecten

Buikig crawl radiotherapie in 5 sessies voor borstkankerpatiënten na borstsparende heelkunde

Biomedisch
Promotors:
Liv Veldeman (Ugent)
Project Partners:
Ugent
Budget uitgereikt door Kom op tegen Kanker:
€375.000

Samenvatting

Bestraling van de borst na borstsparende heelkunde voor borstkanker vermindert de kans op het terugkeren van de tumor en verhoogt de overlevingskans. Traditioneel werd zo’n bestralingsbehandeling opgesplitst in zo’n 25 bestralingsessies op de volledige borst met 5-8 bijkomende sessies op het tumorbed (boost) bij ongunstige tumorkenmerken, 5 maal per week (niet in het weekend). De laatste jaren is er echter meer en meer evidentie voor hypofractionatie: kortere bestralingsreeksen met een hogere dosis per dag, maar een verlaging van de totale dosis. Grote studies in de UK en Canada toonden een minstens even goede tumorcontrole zonder een toename van de bijwerkingen aan met schema’s van 15 à 16 sessies (vergeleken met 25 sessies) al dan niet gevolgd door een boost in 4-6 sessies. Hypofractionatieschema’s van 15-21 sessies worden momenteel in de internationale richtlijnen aanvaard als de standaardbehandeling voor borstbestraling zonder lymfeklierbestraling. Zo kan men de behandelingsduur verminderen van 5-7 weken naar 3-4 weken.
In de UK werd een nog korter schema uitgetest in 5 bestralingsessies à rato van 1 sessie per week. Na 3 jaar was er geen verschil met 25 sessies qua tumorcontrole of bijwerkingen. In het Universitair Ziekenhuis Gent (UZ Gent) hebben wij een gelijkaardig schema (wat de dosis per sessie betreft) over 12 dagen (en geen 5 weken) uitgetest bij patiënten van 65 jaar of ouder. De acute bijwerkingen (tijdens en vlak na de bestralingsbehandeling) waren zeer mild. Daarom willen wij de late bijwerkingen (na 2 jaar) van dit schema nu evalueren in een vergelijkende studie met het hypofractionatieschema in 15-21 sessies als controle.
Het schema 5 sessies in 12 dagen heeft verschillende radiobiologische voordelen qua tumorcontrole: omdat de bestraling op een kortere periode wordt toegediend met een hogere dosis per keer krijgen de tumorcellen minder tijd om opnieuw te vermenigvuldigen tussen de sessies. Tegenover hypofractionatie in 15-21 sessies wordt de dosis per sessie verhoogt van ~2.7 Gy tot 5.7-6.5 Gy. Bij deze hogere dosisniveaus worden immunologische en vasculaire mechanismen van tumordood sterker geactiveerd dan bij dosissen in de buurt van 2.7 Gy per sessie. Kortere schema’s zijn natuurlijk ook praktischer voor de patiënt (een kortere totale behandelingsduur met minder verplaatsingen naar de bestralingsafdeling). Bovendien creëert dit meer capaciteit op de bestralingsafdeling met minder lange wachtlijsten. Dit opent mogelijkheden voor meer complexe technieken die momenteel soms niet worden toegepast door een gebrek aan capaciteit en tijd, zoals buiklig borstbestraling. Buiklig bestraling heeft als voordeel dat de borst naar beneden valt en wegvalt van het hart en de longen zodat deze beter gespaard kunnen worden. Bovendien zijn er minder vroege en late bijwerkingen ter hoogte van de huid. Alle patiënten in de gerandomizeerde studie zullen behandeld worden in de zogenaamde buiklig ‘crawl’ positie die ontwikkeld werd aan de Universiteit Gent (UGent). Hierbij worden patiënten gepositioneerd met de ene arm boven het hoofd en de andere arm (aan de bestraalde kant) naast het lichaam zoals in de crawl zwempositie. Voor de buiklig crawl techniek werd een specifiek platform ontwikkeld aan Universiteit Gent (UGent) als alternatief voor het commerciële buiklig platform dat minder comfortabel en minder precies is.