Projecten

Leerpunten van weefsel van oorsprong voor het classificeren van pancreas tumorsubtypes en het onthullen van subtype-specifieke therapieën

Biomedisch
Promotors:
Ilse Rooman (Vrije Universiteit Brussel - wel)
Project Partners:
Vrije Universiteit Brussel - wel
Budget uitgereikt door Kom op tegen Kanker:
€79.609

Samenvatting

Pancreaskanker heeft één van de slechtste overlevingskansen, en het aantal gevallen zal naar verwachting met 95% toenemen tegen 2050. Een belangrijke reden voor de beperkte vooruitgang in behandelingen is de "one-size-fits-all" benadering van therapie. De wetenschappelijke gemeenschap is inmiddels begonnen met het ontrafelen van subtypes van pancreas ductaal adenocarcinoom (PDAC), voornamelijk de klassieke en basale/squameuze (BL/SQ) subtypen, waarvoor aparte behandelingen momenteel in klinische trials worden getest. Echter, het zeldzame en agressieve adenosquameuze carcinoom van de pancreas (ASCP) krijgt nog steeds dezelfde behandeling als PDAC en blijft onderbelicht in onderzoek.

Zoals vaak het geval is bij epitheliale tumoren, stelden wij de hypothese dat pancreaskanker het native weefsel weerspiegelt, met mogelijke verschillen tussen de PDAC-subtypen en ASCP. Daarom hebben we het normale menselijke pancreas ductale systeem in kaart gebracht om inzicht te krijgen in deze kankersubtypes en subtype-specifieke therapeutische mogelijkheden te onthullen. Met behulp van verschillende geavanceerde spatial transcriptomics-platforms ontdekte ik nieuwe subsets van normale epitheelcellen in de duct, zijnde één basale (BAS) en vier luminale populaties, waaronder een suprabasale populatie die we LUM-B hebben genoemd.

In PDAC zijn BAS- en LUM-B-signaturen verrijkt in BL/SQ-PDAC, die geassocieerd zijn met een slechtere overleving, en vertonen ze verspreide ruimtelijke en transcriptionele patronen. Daarentegen behoudt ASCP de normale, ruimtelijk gescheiden organisatie van de BAS- en LUM-B-cellen, die in nesten zijn georganiseerd. Naast de regulator ∆Np63 – ondersteund door in-vitro bewijs – heb ik ook geconserveerde geneesmiddeldoelen geïdentificeerd die specifiek zijn voor BAS of LUM-B. Ik zal mijn bevindingen nu valideren in een grotere cohort menselijke stalen en een Xenium™ 5000-plex assay toepassen om de expressie van nieuwe therapeutische targets verder te onderzoeken.

Dit werk – dat nog gepubliceerd moet worden als onderdeel van mijn doctoraatsonderzoek – vormt de basis voor nieuwe, subtype-specifieke behandelingsstrategieën voor pancreaskanker, waaronder het zelden bestudeerde ASCP.