Promotors:
Toon Van Gorp (KU Leuven)
Project Partners:
KU Leuven
Budget uitgereikt door Kom op tegen Kanker:
€54.000
Samenvatting
Recente studies hebben geleid tot een nieuwe vorm van doelgerichte therapie die heel effectief is gebleken bij eierstokkanker, namelijk PARP remmers. Verder onderzoek heeft aangetoond dat het voornamelijk kankers met een defect in een DNA herstel mechanisme (homologe recombinatie-deficientie (HRD)) zijn die hier het beste op reageren. Een accurate HRD-diagnose is dan ook noodzakelijk om deze patiënten op te sporen. Momenteel gebeuren deze HRD tests op tumorweefsel waardoor een invasieve procedure noodzakelijk is. Voor sommige patiënten is het echter niet evident of soms zelfs niet mogelijk om zo een procedure te ondergaan. Daarom willen wij, in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, werken aan het ontwikkelen van een niet-invasieve HRD test die bijvoorbeeld via een bloedafname zou uitgevoerd kunnen worden. Dit heet een liquid biopsy. Via een prospectieve studie bij 200 patiënten met eierstok- en baarmoederkanker zullen we verschillende soorten liquid biopsy stalen (zoals bloed, buikvocht en longvocht) verzamelen voor de ontwikkeling van deze test. Met de ontwikkeling van deze test willen we een meer patiëntvriendelijk en niet-invasief onderzoek aanbieden voor deze patiënten.
Verder wijst recent onderzoek ook aan dat deze PARP remmers mogelijks ook bij baarmoederkanker effectief zouden kunnen zijn.
In dit project willen we hier dan ook verder op ingaan en nakijken: (1) Of een PARP-remmer een nieuwe en effectieve behandelingsoptie is voor patiënten met gevorderd hooggradige baarmoederkanker en of deze medicatie de overlevingskansen van deze patiënten kan verhogen. (2) Wat de kwaliteit van leven en mogelijke nevenwerkingen zijn bij onze groep van patiënten. (3) Of we met een specifieke HRD test voor baarmoederkanker patiënten kunnen opsporen die het beste geholpen zouden worden met deze soort medicatie. Aan de hand van deze test zouden we dan ook in de toekomst die patiënten die vermoedelijk geen voordeel zouden hebben van de medicatie, een onnodige therapie en de daaraan gekoppelde nevenwerkingen kunnen besparen.
Verder wijst recent onderzoek ook aan dat deze PARP remmers mogelijks ook bij baarmoederkanker effectief zouden kunnen zijn.
In dit project willen we hier dan ook verder op ingaan en nakijken: (1) Of een PARP-remmer een nieuwe en effectieve behandelingsoptie is voor patiënten met gevorderd hooggradige baarmoederkanker en of deze medicatie de overlevingskansen van deze patiënten kan verhogen. (2) Wat de kwaliteit van leven en mogelijke nevenwerkingen zijn bij onze groep van patiënten. (3) Of we met een specifieke HRD test voor baarmoederkanker patiënten kunnen opsporen die het beste geholpen zouden worden met deze soort medicatie. Aan de hand van deze test zouden we dan ook in de toekomst die patiënten die vermoedelijk geen voordeel zouden hebben van de medicatie, een onnodige therapie en de daaraan gekoppelde nevenwerkingen kunnen besparen.