Promotors:
Daan Dierickx (UZ Leuven)
Project Partners:
UZ Leuven
Budget uitgereikt door Kom op tegen Kanker:
€318.950
Samenvatting
Lymfeklierkanker is een zeldzame maar ernstige verwikkeling van zowel orgaantransplantatie als van stamceltransplantatie met een donor en wordt veroorzaakt door het langdurig gebruik van weerstands-onderdrukkende geneesmiddelen ter preventie van afstoting. De prognose van patiënten met deze posttransplant lymfomen (PTLD) is minder goed vergeleken met andere gelijkaardige lymfeklierkankers. Deze slechte prognose is enerzijds een gevolg van het agressieve karakter van het lymfoom zelf, maar ook van levensbedreigende complicaties zoals infecties en afstoting waaraan transplantatiepatiënten blootgesteld zijn. Nieuwe prognostische hulpmiddelen en beter verdragen therapieën zijn dus essentieel en absoluut noodzakelijk voor deze vorm van lymfeklierkanker. In ons project wensen we deze twee doelstellingen te integreren.
(1) Door combineren van nieuwe ontwikkelingen in beeldvorming willen we een nieuw platform ontwikkelen om het antwoord van PTLD patiënten op hun initiële therapie te evalueren. Dit is belangrijk omdat patiënten met onvoldoende effect van de initiële therapie (immuuntherapie met rituximab, een specifieke antistof) in een vroeg stadium kunnen geïdentificeerd worden om zo tijdig te kunnen overgaan op een tweedelijnstherapie.
(2) Op dit moment bestaat tweedelijnstherapie van PTLD uit klassieke chemotherapie, wat bij transplantatiepatiënten geassocieerd is met een significante toename van nevenwerkingen (en dus ook hospitalisaties), daling van de levenskwaliteit en verhoogde overlijdenskans. Radioimmunotherapie (RIT) maakt gebruik van combinatie van immuuntherapie en een radioactieve stof, waardoor de actieve behandeling dieper kan doordringen in de tumor en het normale weefsel spaart (wat bij via de bloedbaan toegediende chemotherapie niet het geval is). Gebaseerd op een recent gepubliceerde kleine pilootstudie met RIT in PTLD patiënten, zullen wij de klassieke chemotherapie vervangen door RIT bij patiënten met onvoldoende respons op eerstelijnstherapie. Dit zou moeten gepaard gaan met een verbeterde levenskwaliteit (door minder nevenwerkingen) en gelijkaardige werkzaamheid ten opzichte van chemotherapie.
(1) Door combineren van nieuwe ontwikkelingen in beeldvorming willen we een nieuw platform ontwikkelen om het antwoord van PTLD patiënten op hun initiële therapie te evalueren. Dit is belangrijk omdat patiënten met onvoldoende effect van de initiële therapie (immuuntherapie met rituximab, een specifieke antistof) in een vroeg stadium kunnen geïdentificeerd worden om zo tijdig te kunnen overgaan op een tweedelijnstherapie.
(2) Op dit moment bestaat tweedelijnstherapie van PTLD uit klassieke chemotherapie, wat bij transplantatiepatiënten geassocieerd is met een significante toename van nevenwerkingen (en dus ook hospitalisaties), daling van de levenskwaliteit en verhoogde overlijdenskans. Radioimmunotherapie (RIT) maakt gebruik van combinatie van immuuntherapie en een radioactieve stof, waardoor de actieve behandeling dieper kan doordringen in de tumor en het normale weefsel spaart (wat bij via de bloedbaan toegediende chemotherapie niet het geval is). Gebaseerd op een recent gepubliceerde kleine pilootstudie met RIT in PTLD patiënten, zullen wij de klassieke chemotherapie vervangen door RIT bij patiënten met onvoldoende respons op eerstelijnstherapie. Dit zou moeten gepaard gaan met een verbeterde levenskwaliteit (door minder nevenwerkingen) en gelijkaardige werkzaamheid ten opzichte van chemotherapie.