Projecten

Rol van gecombineerde chemo- en immunotherapie in vroegtijdige stadia van borstkanker

Biomedisch
Promotors:
Hans Wildiers (KU Leuven)
Project Partners:
KU Leuven
Budget uitgereikt door Kom op tegen Kanker:
€444.000

Samenvatting

Behandeling van kanker is vaak gebaseerd op de combinatie van locoregionale en systemische behandeling om aldus een maximale kans op genezing te bereiken met zo weinig mogelijk toxische nevenwerkingen. In het geval van vroegtijdige stadia van borstkanker wordt een multidisciplinaire approach voorgesteld, bestaande uit een mogelijke combinatie van chirurgie, radiotherapie en/of systemische therapie. Niettegenstaande deze multidisciplinaire aanpak en optimale behandeling zal ongeveer 25 % van de patiënten metastasen ontwikkelen. Resistentie tegen systemische therapie en ontregeling van de natuurlijke afweerreactie tegen tumorcellen dragen bij tot locoregionaal herval en ontwikkeling van metastasen. Bij longkanker werd reeds een gunstig en additief/synergistisch effect beschreven van gecombineerde chemo-immunotherapie. Deze aspecten werden tot op heden nog niet uitgebreid bestudeerd in vroegtijdige stadia van borstkanker. Het eerste deel van ons project is een preklinisch luik waarin de expressie van verschillende ‘immuuncheckpoints’ bestudeerd zal worden in hormoonongevoelige borstkanker; deze resultaten zullen gecorreleerd worden met andere immuungerelateerde parameters o.a. densiteit van tumor-infiltrerende lymfocyten. Deze studiepopulatie zal geselecteerd worden vanuit de bloed- en weefselbank van het UZ Leuven. Daarna zullen we een klinische fase 0-studie (window-of-opportunity) opzetten, waarbij we het potentieel synergistisch effect van gecombineerde chemo- en immunotherapie (anti-PD-1 blokker; pembrolizumab) willen bestuderen in vroegtijdige stadia van borstkanker. Hierbij zullen twee verschillende patiëntengroepen worden geïncludeerd, met name een groep die onvoldoende klinische respons heeft na neoadjuvante chemotherapie en een tweede groep (controlegroep) die geen chemotherapie heeft gekregen. Alvorens pembrolizumab toe te dienen, wordt in beide groepen een biopsie en bloed genomen. Na 10-14 dagen volgt de operatieve ingreep. Veranderingen in verschillende belangrijke parameters zullen gemeten worden: de proliferatiemerker Ki67, de expressie van immuuncheckpoints, het aantal apoptoses, merkers van immunogene celdood en het immuunprofiel van de patiënt. We hopen met dit project niet enkel meer inzicht te krijgen in de rol van gecombineerde chemo- en immunotherapie als een behandelingsstrategie voor patiënten met hormoonongevoelige borstkanker, maar ook om predictieve biomerkers te identificeren voor therapierespons. Als we kunnen aantonen dat immunomodulatie na chemotherapie effectief is in deze subgroep van patiënten, betekent dit voor hen een waardevol wapen in de strijd tegen hun ziekte.