Nieuwe, baanbrekende kankerbehandelingen redden levens, maar ze zijn wel peperduur. Tot 300.000 euro per patiënt! Ward Rommel legt uit hoe Kom op tegen Kanker ijvert voor een faire prijs in België en de rest van Europa. Professor Jeroen Luyten bekijkt de problematiek door de bril van de gezondheidseconoom.
In de film Fantastic Voyage, een sciencefictionklassieker uit 1966, wordt een onderzeeër met vier bemanningsleden microscopisch klein gemaakt en in het lichaam van een patiënt geïnjecteerd. Daar moeten ze een hersenoperatie uitvoeren. Een memorabel moment is wanneer de ravissante Raquel Welsh zich uit de onderzeeër waagt en wordt aangevallen door antilichamen, die haar als een vreemde indringer beschouwen. De mensen van de special effects mochten hun fantasie de vrije loop laten: er was destijds weinig geweten over de werking van antilichamen. Vandaag is die kennis er wel. Dat leidt tot een vloedgolf van nieuwe therapieën, die het immuunsysteem van het lichaam gebruiken om doelgericht kankercellen aan te vallen. Dat is natuurlijk goed nieuws – Kom op tegen Kanker ondersteunt vaak onderzoek in die richting. Maar er is ook een schaduwzijde, vertelt Ward Rommel, diensthoofd Studie en Beleid van Kom op tegen Kanker. ‘Die innovatieve kankerbehandelingen zijn heel duur. Ze kosten 80.000 tot zelfs 300.000 euro per patiënt.’
Ward Rommel: ‘Het dreigt onhoudbaar te worden, zelfs in een welvarend land als het onze. In 2007 gaf België 140 miljoen euro uit aan kankermedicatie. In 2021 was dat al 1,3 miljard euro. Dat cijfer is een schatting, want de overheid bedingt soms geheime kortingen. Maar het zal sowieso stijgen, want er zitten ook nog veel nieuwe behandelingen in de pijplijn.’
De prijzen blijven te lang kunstmatig hoog
Nieuwe medicijnen zijn dus duur. Hoe komt dat eigenlijk? ‘Geneesmiddelen ontwikkelen kost veel geld’, zegt Ward. ‘Je moet ze uitgebreid testen, eerst in het lab en dan bij honderden patiënten. Dat op zich is al duur. Bovendien sneuvelen veel beloftevolle medicijnen voor ze de eindmeet bereiken. Ze blijken toch niet te werken of hebben te veel bijwerkingen. De kosten die de farmaceutische bedrijven voor die stopgezette projecten gemaakt hebben, willen ze wel compenseren met extra winst op geneesmiddelen die de markt wél halen. Zo lopen de prijzen snel op.’
Ward: ‘Ja, maar niet meteen. Ze moeten wachten tot de patenten en de databescherming – twee belangrijke vormen van marktbescherming – verlopen zijn. Dankzij die marktbescherming kunnen de farmaceutische bedrijven hun ontwikkelingskosten terugverdienen vóór er goedkope alternatieven op de markt komen. Daar hebben we niets op tegen. Maar dat monopolie duurt nu te lang. Al die tijd blijven de prijzen kunstmatig hoog.’
Ward: ‘Aan de patenten kunnen we nu niet veel veranderen. Aan de databescherming wel, want dat is een Europees systeem. Momenteel duurt databescherming in de EU acht jaar. Een tijdje geleden heeft de Europese Commissie zelf voorgesteld om die periode in te korten tot zes jaar.’
Kom op tegen Kanker en negen andere Belgische gezondheidsorganisaties vragen de federale overheid om in Europa voor de kortere periode van databescherming te blijven ijveren. We volgen daarmee de gezamenlijke oproep van alle Europese gezondheids-, patiënten- en consumentenorganisaties om werk te maken van toegankelijke en betaalbare geneesmiddelen. De Taskforce Access to Medicines is een van de trekkers in dit verhaal. Ward Rommel was van 2018 tot 2024 voorzitter van die werkgroep.
Ward Rommel: ‘De Taskforce Access to Medicines is in 2015 opgericht door de Association of European Cancer Leagues, de koepelvereniging van Europese kankerbelangenorganisaties. We streven samen met de overheid en de farmaceutische bedrijven naar een faire, transparante prijs voor innovatieve kankerbehandelingen. Niet alleen in België, maar ook in andere Europese landen. In Letland of Cyprus wordt minder dan een derde van de nieuwste behandelingen tegen borst- of longkanker terugbetaald. Wij vragen dat de toegang tot zorg gelijker verdeeld wordt.’
Ward: ‘Zes jaar is genoeg voor de producent om geld te verdienen. Maar er zouden wel sneller goedkopere kopieën op de markt komen, wat de Europese ziekteverzekeringen tot 1,13 miljard zou kunnen besparen. Onder bepaalde voorwaarden zou de databescherming dan zelfs weer wat langer mogen worden. Van zes naar zeven jaar, bijvoorbeeld, als het farmabedrijf een ernstige poging doet om het middel in heel Europa tegen een correcte prijs op de markt te brengen.’
Ward: ‘We staan er helemaal achter. Dure geneesmiddelen zouden sneller betaalbaar worden, en dat in heel Europa.’
Ward: ‘De voorstellen van de Europese Commissie zijn inmiddels al langs het Europees Parlement en de Raad van de EU gepasseerd. Jammer genoeg zijn ze afgezwakt, onder druk van de farmaceutische lobbygroepen: de Raad houdt vast aan die acht jaar databescherming.’
Ward: ‘Nee. Om de voorstellen in wetgeving om te zetten, moeten de Commissie, het Parlement en de Raad samen tot een compromis komen. Daarom blijven wij druk zetten, zowel bij Belgische politici als in Europa. Die periode van databescherming móét tot zes jaar ingekort worden.’ (zie kader hierboven)
Ward: ‘Als het van de Europese koepelorganisatie voor farmaceutische bedrijven EFPIA afhing, dan wel. Die heeft recent zelfs voor een nog langere periode van databescherming gepleit!’
Ward: ‘Je weet wie daar gewonnen heeft, hé? (lacht) We geven de strijd niet op!’
Je kunt elke euro maar een keer uitgeven
Revolutionaire geneesmiddelen die kanker genezen, maar die alleen rijke mensen nog kunnen betalen: het zou een nachtmerriescenario zijn, beseft gezondheidseconoom professor Jeroen Luyten van de KU Leuven. ‘Het lijkt me een goede strategie om Europees de krachten te bundelen om geneesmiddelen betaalbaar en toegankelijk te houden, zoals Kom op tegen Kanker dat doet door met andere organisaties samen te werken. Met velen sta je sterker dan alleen.’
Jeroen Luyten: ‘De middelen voor de gezondheidszorg zijn beperkt en een euro kun je maar één keer uitgeven. De vraag is aan welke medische interventies je voorrang geeft. Wat betaal je terug en wat niet? Met de gezondheidseconomische evaluatie kunnen we onderzoeken hoeveel gezondheid we terugkrijgen per geïnvesteerde euro.’
Jeroen: ‘Inderdaad. Stel dat een kankerbehandeling van 80.000 euro de levensverwachting met twee maanden verlengt. Is dat geld goed besteed, wetende dat er overal grote noden zijn? Kan dat geld niet beter naar vaccins gaan? Tabakspreventie? Meer psychologen voor jongeren? Dat zijn moeilijke ethische discussies. De leeftijd van patiënten is nog zo’n heikel thema. Is gezondheid creëren op het einde van een mensenleven even belangrijk als op jongere leeftijd?’
Naar dure nieuwe kankerbehandelingen kun je op dezelfde nuchtere, economische manier kijken, zegt Jeroen Luyten. ‘Leveren ze genoeg op? Maken ze hun beloften waar, of blijken ze achteraf bekeken toch niet zo goed te werken?’
Jeroen: ‘Dat klopt. Door dergelijke geneesmiddelen in ziekenhuizen te gebruiken, kunnen ze verder ontwikkeld, efficiënter en uiteindelijk ook goedkoper worden. Het kan dus zinvol zijn om veelbelovende behandelingen wel terug te betalen. Stel dat de overheid bereid is om maximaal 50.000 euro uit te geven aan een gezond levensjaar. Voor een veelbelovend geneesmiddel zou ze dat plafond kunnen optrekken tot bijvoorbeeld 80.000 euro – als een soort innovatiepremie.’
Jeroen: ‘Die 50.000 euro is geen echt plafond, maar eerder een richtgetal om het debat mogelijk te maken. België is, net als veel andere welvarende landen, vaak bereid om meer te betalen. Een bekend voorbeeld van een echt prijsplafond heb je in het Verenigd Koninkrijk. Daar leggen ze de grens voor een gezond levensjaar op 30.000 Britse pond, iets meer dan 35.500 euro.’
Jeroen: ‘Meer inzetten op preventie. Een groot deel van de ziektekosten is het gevolg van vermijdbaar gedrag.’
Jeroen: ‘Zeer goed. De overheid moet producten die kanker veroorzaken, moeilijker toegankelijk maken en het gedrag van gebruikers proberen bij te sturen. Niet om onze vrijheden af te pakken, maar om ons gezondheidssysteem betaalbaar te houden. Die boodschap moet de politiek aan de bevolking durven te vertellen. De tijd dat alles betaalbaar was, is voorbij.’
Een vraag voor onze organisatie of een vraag over kanker? We zijn er voor je.